Wandelen op de taalgrens in de Vlaamse Ardennen

Grensgevallen

Ben jij ook zo’n wandelaar die graag grenzen verlegt? Die met plezier die paar extra kilometers stapt langs die gezellige kroeg. Dat tandje bijsteekt naar de top van de heuvel voor het fraaie uitzicht daarboven. Of – waarom niet – twee lussen met elkaar verbindt voor het gevoel in de kuiten, daags nadien. Speciaal voor jou is deze site bedoeld. We steken de taalgrens over van de Vlaamse Ardennen naar het Pays des Collines met vijf uitdagende wandellussen die – elk apart of gecombineerd – je beenspieren danig op de proef stellen. Onderweg vertellen we je meer over deze bijzondere regio, waar bij het vastleggen van de taalgebieden de grenzen soms letterlijk werden verlegd. Gidsen van dienst zijn de heksen van Ellezelles en andere wonderlijke figuren, die zich niet door deze of gene grens laten stoppen, maar vrolijk schakelen tussen Vlaams en Waals, net als de mensen die er wonen en werken. Maak je klaar voor een streek vol verbazing…

 

image© Toerisme Oost-Vlaanderen

Historiek

Stilte in alle talen

De meest zuidelijke rand van de Vlaamse Ardennen is meteen ook de grens die Vlaanderen van Wallonië scheidt. Meer dan eens gaf het gebied aanleiding tot felle debatten, maar bovenal is het hier zalig wandelen.

De Belgische taalgrens ontstond in de 5e eeuw na Christus. Na de val van het West-Romeinse Rijk vluchtten de Latijnsprekende Gallo-Romeinen uit onze contreien naar het zuiden. Grote groepen Germaanssprekende Franken vestigden zich in de gebieden die nu België vormen. In het noorden vormden ze een meerderheid van de bevolking. In het zuiden bleven ze in de minderheid. Gaandeweg integreerde de bevolking en tekenden zich twee taalgebieden af. Zo kreeg de Germaans-Romaanse taalgrens vorm. Niet alleen bij ons, maar ook in andere grensgebieden van het voormalig Romeinse Rijk.

De taalgrens werd in Belgie tussen 1961 en 1963 definitief vastgelegd. Dat verliep niet zonder slag of stoot. Bedoeling was om de provincies zoveel mogelijk eentalig te maken. Als gevolg daarvan verhuisden dorpen en gehuchten van de ene provincie naar de andere.

Vandaag leven beide gemeenschappen er vreedzaam naast elkaar. De tweetalige naamgeving van straten en gehuchten maakt het duale karakter misschien nog het meest tastbaar. Voor de rest is het landschap aan beide zijden van de taalgrens even idyllisch, zijn de mensen er even hartelijk en hoor je vooral de stilte. In alle talen!

image kopie kopie© Toerisme Oost-Vlaanderen


Landschap

Heuvels, weiden, bronnen en bossen

Grenzen van landen en regio’s vallen wel vaker samen met natuurlijke barrières. Dat geldt ook voor het taalgrensgebied tussen Oost-Vlaanderen en Henegouwen, waar steile getuigenheuvels en dichte bossen een groene buffer tussen twee talen vormen.

Glooiende hellingen, weelderige bossen en pittoreske dorpjes: het landschap van de Vlaamse Ardennen sluit mooi aan op dat van het Pays des Collines. Aan de overkant van de taalgrens is de sfeer zo je wil nog een tikkeltje desolater, maar geen wandelaar die daarom maalt.

Het meest markant zij de getuigenheuvels: het resultaat van een eeuwenlang proces. Miljoen jaren geleden overspoelde de zee het gebied en stond de regio onder water. Daarna werd de bodem naar boven getild en trok de zee zich langzaam terug. Waterlopen en beken deden valleien ontstaan. Het landschap kreeg vorm.

Ook de mens droeg bij tot het unieke karakter van de streek. Overal waar hij liep, ontstonden wegels en paadjes. Tussen de heuvels in verschenen dorpjes en gehuchten, vaak niet meer dan een kerk met een paar hoeves eromheen. Bomen werden gerooid in ruil voor weiden en akkers. Alleen op de hoogste toppen en in bronrijke gebieden bleven de bossen overeind.

Het resultaat is een bonte lappendeken van beboste heuvels en glooiende kouters, malse weiden en gouden akkers, en vooral veel verdronken wandelpaden waar liefhebbers van rust en stilte zich in hun nopjes voelen.

 

image kopie kopie kopie© Toerisme Oost-Vlaanderen

Leven

Heksenstreken

Het landschap van de Vlaamse Ardennen en dat van het Pays des Collines wordt vaak betoverend genoemd, en dat mag je gerust letterlijk nemen. In een niet zo ver verleden liepen hier heel wat rare snuiters rond, die vaak over magische krachten beschikten.

Vandaag beschouwen we de natuur als een plek om tot rust te komen. Dat is niet altijd zo geweest. Onze voorouders zagen de natuur in de eerste plaats als iets dreigends. Natuurelementen waren “bezield” met sluimerende krachten die elkl moment konden toeslaan.

Vooral in afgelegen gebieden gaf dit aanleiding tot het ontstaan van volksverhalen. Ze speelden in op primaire angsten en werden van generatie op generatie doorverteld. Wonderbaarlijke figuren als heksen, duivels, dwaallichten, weerwolven en kabouters speelden daarin de hoofdrol en brachten het hoofd op hol van nachtelijke passanten – al dan niet met een glas te veel op – of mensen die uit waren op makkelijke profijt.

Die verhalen zijn niet eigen aan één plaats of streek, maar vind je verspreid over Europa in talloze varianten terug. Ook de eenzame hoeves en de verlaten landwegen van de Vlaamse Ardennen en het Pays des Collines bleken een dankbare bron van inspiratie. Centrum van de duivelse macht is Ellezelles, met zijn jaarlijkse heksenssabbat ter ere van de heks Quintine, die er samen met vier andere vrouwen in 1610 op de brandstapel belandde. Maar ook in de omliggende dorpen spoken nog heel wat bovennatuurlijke wezens rond. Op deze site vind je vijf routes, gebaseerd op vijf van deze bovennatuurlijke wezens!

partner logo

Aangeboden door:

Toerisme Oost-Vlaanderen

Woodrow Wilsonplein 2
9000 Gent

Webwww.tov.be
Mail: toerisme@oost-vlaanderen.be