Erfgoedfestival logo

Het noordwesten van Gelderland grensde eeuwenlang aan de Zuiderzee. Omdat daar tot de vroege middeleeuwen nog geen dijken waren, overstroomde het gebied regelmatig. Vanaf de twaalfde eeuw veranderde dat. De toenmalige graven van Gelre gaven toestemming om bedreigde gebieden met dijken te beschermen en stukken land droog te leggen. Zo ontstond vlakbij Nijkerk in 1356 een van de eerste polders van Nederland: Arkemheen

Alinea 1

Handelssteden

In dezelfde periode sloten de Zuiderzeesteden Elburg en Harderwijk zich aan bij de Hanze: een internationaal samenwerkingsverband tussen handelaren en steden. Door de nieuwe afzetmarkten en bescherming die dit bood, konden Elburg en Harderwijk zich tot welvarende handelssteden ontwikkelen. In de loop van de vijftiende en zestiende eeuw moesten zij het echter afleggen tegen de groeiende concurrentie vanuit Hollandse steden. Elburg en Harderwijk verplaatsten daarop hun focus van de handel naar de visvangst.

Van Zuiderzee naar IJsselmeer

Rond 1900 ontstonden er plannen voor de inpoldering van de Zuiderzee. De belangrijkse redenen voor deze uitbreiding waren bescherming tegen overstromingen en het creëren van meer leefruimte. In de Zuiderzeesteden waren ze niet blij met de plannen voor de Afsluitdijk en de nieuwe provincie Flevoland. De  bewoners leefden tenslotte van de open zee, de zeevaart en de visvangst. Onder leiding van de Harderwijkse schipper Eibert den Herder protesteerden ze tegen de regeringsplannen. Het verzet had geen resultaat: in 1932 werd de Afsluitdijk gesloten, in 1957 was de Oostelijke IJsselmeerpolder voltooid en in 1986 was de nieuwe provincie Flevoland gereed. De zoute Zuiderzee veranderde in een zoet IJsselmeer. Dit had grote gevolgen voor de visserij. Tegenwoordig zijn dan ook toerisme en (water)recreatie de belangrijkste inkomstenbronnen aan de noordgrens van Gelderland.

Tekst: Erfgoedfestival
Fotografie: Marcus Meissner CC BY 2.0 en Silver Spoon, CC BY-SA 3.0

https://www.route.nl/nederland/gelderland/erfgoed-festival