Tomtom bracht meer controle, maar minder avontuur

De vakantie is een ankerpunt, maar niets blijft zoals het is. Een serie over veranderingen in het vakantievieren. Vandaag: de weg vinden.

Kordaat rijdt een vrouw haar auto op aanwijzing van haar navigatiesysteem (‘rechts afslaan’) de heg in. Nee, het valt allemaal niet mee om met je tijd mee te gaan, stelde een reclamefilmpje tien jaar geleden al vast. Lachen natuurlijk, en niet eens zo gezocht. Dit jaar nog reed een vrouw op een zondagavond bij Wijhe de IJssel in omdat haar tomtom haar beval de veerpont op de rijden terwijl die aan de overkant lag. Zo waren er de afgelopen jaren wel meer die op aanwijzing van hun autostemmetje te water raakten of ongelukken veroorzaakten.


Heeft navigatieapparatuur mensen dom gemaakt? Frank Steyvers, universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en gespecialiseerd in navigatie-, oriëntatie- en verkeersgedrag, twijfelt. ‘Dom is een groot woord, ik zou het liever hulpeloos noemen.’ Zelf heeft hij ook autonavigatie, maar hij wil voorkomen dat hij volledig overgeleverd is aan zo’n apparaat. ‘Persoonlijk vind ik het ook een sport om met zo min mogelijk informatie van A naar B te komen’, verklapt Steyvers. ‘Dan bereid ik me voor met Google maps en heb ik die tomtom helemaal niet nodig. Dat vind ik leuk, een soort hersengymnastiek, zoals mensen cryptogrammen en sudoku’s oplossen.’


Taxichauffeurs in Londen moeten nog steeds 25.000 straten uit hun hoofd kennen.

Steyvers prikkelt daarmee de hippocampus, dat is het deel van de hersenen waar het ruimtelijke geheugen is ondergebracht. Wie nooit moeite doet op een plattegrond uit te zoeken waar hij moet zijn en altijd klakkeloos het tomtomstemmetje volgt, doet nooit beroep op zijn hippocampus en zal steeds meer moeite krijgen met ruimtelijke oriëntatie, legt hij uit. ‘Het is dus een kwestie van use is or lose it. Je moet je hippocampus onderhouden.’ Hij wijst op de Londense taxichauffeurs die in een traditionele black cab rijden. Die moeten, zelfs in het navigatietijdperk, de complete plattegrond van Centraal-Londen uit hun hoofd leren, zo’n 25.000 straten, en moeten dus een enorm beroep doen op hun ruimtelijke kennis. ‘Als je zo’n taxichauffeur na z’n dood opensnijdt, zie je dat die een bovengemiddeld grote hippocampus heeft.’


Altijd gelijk 

Krimpende hersenen – het is slechts een kleine schaduwzijde aan een ontwikkeling die als een zegen wordt ervaren door de vakantieganger die zich door een vriendelijke stem over de Route du Soleil naar het zuiden laat sturen. Negen van de tien automobilisten hebben volgens het Kennisinstituut voor mobiliteitsbeleid inmiddels navigatie en zes op de tien zet de tomtom ook op vertrouwde routes aan – dat geeft een extra zeker gevoel. En voor de onbekende vakantieroutes moet de navigatietechniek een ontelbaar aantal conflictueuze automomenten hebben voorkomen. ‘Nooit meer ruzie in de auto met kaartlezen, geweldig!’, citeert een online winkel voor autonavigatie een tevreden klant. Vrouwenblad Flair kwam pas nog op de proppen met ‘Vijf redenen waarom een tomtom je relatie gaat redden’. De belangrijkste: ‘Tomtom wijst je de weg, en heeft altijd gelijk!’ Maar het is niet of-of. In de winkels van de ANWB grijpen ook de navigatiebezitters nog altijd graag naar de voor ANWB-leden gratis wegenkaarten, waarop de route van huis naar vakantieadres kan worden uitgestippeld. Op die kaarten staan niet alleen de hoofdroutes, maar ook andere weetjes die nuttig kunnen zijn voor vakantievierders, zoals verkeersregels, verkeersdrukte, maximum snelheden, milieuzones, en toltrajecten en -tarieven. ‘Er zit een aantal tussen die heel hard gaat, vooral de kaarten van Frankrijk en Duitsland’, zegt Annelies Tichelaar van de ANWB. ‘Navigatie is superhandig en neemt een hoop vakantiestress weg. Maar hoe leuk is het om vooraf aan de keukentafel je route uit te stippelen? Ons advies is: neem altijd papieren wegenkaarten mee. Stel dat je navigatie je in de steek laat, dan kun je daarop teruggrijpen. En als het gaat om vakantiebeleving geeft dat een beter gevoel dan een schermpje van vijf bij tien.’


Wandelkaarten

Die ‘beleving’ wordt vaker als argument aangevoerd voor het gebruik van de papieren kaart; de weg vinden op vakantie is immers meer dan een praktische aangelegenheid. Het is net zoiets als de krant lezen: digitaal is rationeel gezien handiger, maar zo’n stuk papier in handen, voelt toch een stuk avontuurlijker. Dat gevoel is nog sterker op de fiets en tijdens een wandeling dan tijdens de autotocht, vermoedt Eric de Laat, directeur van Falk, dat sinds jaar en dag auto-, fiets- en wandelkaarten uitgeeft, eerst alleen op papier, nu ook digitaal. ‘Fiets- en wandelkaarten zijn een beleving: het is leuk om een kaart open te vouwen en te kijken waar je naartoe wilt fietsen. Of onderweg op een bankje te kijken waar je bent. Het is ook een herinnering die je meedraagt als de vakantie voorbij is. Dat blijft je veel langer bij dan als je gebruik maakt van navigatie. Dan vergeet je het veel sneller.’ Bovendien vinden veel mensen die voor hun plezier fietsen het weinig charmant als een apparaat roept waar ze links of rechts moeten, denkt De Laat. ‘Zelf je eigen route zoeken heeft iets. Dat gevoel krijg je met kaarten wel en met digitale producten niet. Daarom denk ik dat fiets- en wandelkaarten altijd zullen blijven. We proberen in de printproducten ook interessante informatie te verwerken die je digitaal kunt krijgen. Als je bijvoorbeeld ergens loopt of fietst, kun je ter plekke informatie over de omgeving opzoeken: wat is de geschiedenis van dat gebouw? Die informatie verwerken wij steeds meer in de kaarten zelf.’


De jongere generatie is minder gevoelig voor dat belevingsaspect. Vandaar dat ook bij fietsen wandelkaarten de verschuiving van papier naar (telefoon)schermpje te zien is – gestaag, maar veel minder snel dan bij de autonavigatie. Falk speelde daarop in met route.nl, een website met wandel- en fietsroutes in Nederland, België en Duitsland. De routes zijn gratis te downloaden, de kaartenmaker wordt betaald door toeristenbureaus en ondernemers met terrasjes aan de routes. De site trekt bijna vier miljoen unieke bezoekers per jaar, en de app voor op de telefoon en tablet is inmiddels 370.000 keer gedownload. Dat leidt ertoe dat mensen letterlijk meer van de wereld zien en hun wereld groter wordt. Ze komen dus op plekken waar ze met papieren kaarten nooit gekomen zouden zijn.


Toch kan een navigatiesysteem tegen één positief aspect van papieren kaarten nooit op: ze hebben een veel grotere oppervlakte dan een schermpje en bieden daardoor veel meer overzicht. ‘Dat kun je digitaal nooit benaderen. Op een schermpje kun je niet alles zien, en als de zon erop weerkaatst, wordt dat nog moeilijker. Dat probleem heb je met papier niet.’

Feiten over navigeren


  • 91 procent van de automobilisten had in 2015 een navigatiesysteem, in 2007 was dat slechts 20 procent.
  • Een deel van de automobilisten heeft meerdere navigatiesystemen: 67 procent heeft ‘losse’ navigatie, 27 procent een ingebouwd systeem en 45 procent een app op tablet of smartphone.
  • 18 procent van de automobilisten heeft wel navigatie, maar gebruikt die nooit.
  • Een op de tien automobilisten wijkt wel eens bewust af van het routeadvies van de navigatie.
  • Tomtom, een Nederlandse fabrikant van navigatiesystemen en marktleider in Europa had in 2015 een jaaromzet van ruim 1 miljard euro.
  • Mensen die een navigatiesysteem in de auto hebben, rijden veiliger dan mensen zonder zo’n systeem, blijkt uit TNO-onderzoek.
  • Duurdere navigatiesystemen zijn niet altijd beter, blijkt uit testen van de Consumentenbond.
  • De vakantiewegenkaarten van de ANWB hebben dit jaar een totale oplage van 1,7 miljoen exemplaren. 
  • Het Stratenboek van Shell had in 1993 een oplage van 100.000 stuks. In 2010 verscheen de laatste editie, in een oplage van 2000 exemplaren.