"En onze gedachten gingen woordeloos uit over de wereld, ver over den gezichtseinder gingen zij. En zo vloeiden de wereld en wij beurtelings in elkaar over. Toen ik m'n ogen dicht deed, was 't of m'n hoofd vol goud licht en blauw water was en wonderlijke rillingen gingen door m'n ruggenmerg. Ik voelde daar de wereld die om mij lag."

Dat schreef de geroemde auteur Nescio (J.F.H. Grönloh) in 1914 in zijn verhalenbundel Mene Tekel. Het landschap van zijn geliefde Laag Holland zou hem ook nu nog lyrisch maken. Want het ligt er nog net zo ongerept bij als begin vorige eeuw. De overweldigende natuur waarin zelfs de grootste kerels veranderen in nietige figuurtjes. De uitgestrekte lage vlakten waar de zon in de zomer vrij spel heeft en blauwe kronkelende watertjes goud doet oplichten. Nescio was een groot liefhebber van dit ‘waterland’ dat zich even buiten de grenzen van zijn geboortestad Amsterdam uitstrekt. Indrukken van zijn vele tochtjes, soms per Waterland-tram* soms op de fiets, hield hij nauwkeurig bij in zijn Natuurdagboek: “Fiets naar de Zuiderzee (5 uur). Zonnig, toch beperkt zicht. Durgerdam door een waas, dat gebouwtje met dat torentje zeer wit in den nevel.” (1949) Maar ook richting de Beemster en zelfs tot Alkmaar gingen zijn omzwervingen: “Met Jan Zeven meegereden naar Alkmaar. Zonnig en helder met witte wolkjes. Weer zeer blauw en zeer groen. Over Broek, Monnikendam (Marken en zee!), Edam, Oosthuizen, door Beemster (prachtige laan).” (1951) De tand des tijds lijkt maar geen grip te krijgen op Laag-Holland. Het witte kerktorentje in Durgerdam, de indrukwekkende kaarsrechte lanen in de Beemster; onveranderd worden zij jaar in jaar uit waargenomen en bewonderd.
Koetje in de wei, bootje in de sloot, bijtje op de bloem. Vooral in het voorjaar en in de zomer is deze ‘achtertuin van Amsterdam’ een geliefde hide-away voor menig stadsbewoner.
Image

Behoud en ontwikkeling

Laag Holland, het open en weidse gebied dat zich geheel beneden zeeniveau uitstrekt van net onder de rook van Amsterdam tot aan Hoorn en Alkmaar en weer terug langs Zaandam, wordt gekenmerkt als oer-Hollands. Hoge luchten koepelend boven een lage brede horizon, precies zoals de grote meesters ze in vorige eeuwen op hun schildersdoek vereeuwigden. Maar ook veel details zijn onveranderd: koetje in de wei, bootje in de sloot, bijtje op de bloem. Vooral in he t voorjaar en in de zomer is deze ‘achtertuin van Amsterdam’ een geliefde hide-away voor menig stadsbewoner. Om te genieten van de natuur, maar ook om te recreëren bij het Twiske en het Alkmaarder- en Uitgeestermeer of langs de oevers van de Gouwzee waar zomers watersporters actief zijn. ’s Winters leven schaatsers en ijszeilers zich uit op eindeloze, witte ijsvlakten. Want ondanks het feit dat een groot deel van dit gebied een beschermde status heeft (Nationaal Landschap), is er toch ook ruimte voor ontwikkeling. Zo kan het fietsen, varen en lopen tegenwoordig afgewisseld worden met een lekker potje thee in een van de vele originele thee -schenkerijen. En organiseren boeren nevenactiviteiten in de vorm van koeien knuffelen, lammetjes aaien of kook-workshops. Een heel weekend bijtanken in een originele boerenkamer kan trouwens ook. Dit soort ontwikkelingen hebben het gebied de afgelopen decennia kleur gegeven, samen met de vele goed geconserveerde dorpen en stadjes waar je tegenwoordig heerlijk kunt shoppen in moderne winkels of urenlang kunt hangen op een hip terrasje. Zoals in Purmerend, het bruisende hart van Laag Holland, waar niet alleen de dagjesmensen maar ook de nachtvlinders aan hun trekken komen. Gezellige café’s en hippe hangouts bieden voor elk wat wils. Leuk voor buitenstaanders, maar zeker ook voor de Laaghollanders zelf. Want zeg nou zelf, als je zoveel leuk vertier in de buurt hebt, hoef je eigenlijk nooit ver weg.