Het open en waterrijke landschap van Laag Holland heeft een grote aantrekkingskracht op vogels. Met name in het voorjaar is het hier een gekwetter van jewelste. Het zijn voornamelijk de weidevogels, zoals grutto, tureluur en kievit die op hun hoge poten maar wat graag hun snavel in de drassige grond steken. Van heinde en ver komen zij elk voorjaar aangevlogen, laag zwermend over de platte vlakten, zoekend naar een geschikte plek om te broeden. Holland: paradijs voor weidevogels. Met name de gebieden Zeevang en Waterland bieden optimale omstandigheden om in alle rust een ei te leggen. En de mens doet er tegenwoordig veel aan om die omstandigheden te waarborgen. Toch zijn er geruchten dat er sprake zou zijn van afname van hun aantal. We vragen Wim Tijsen, projectleider Weidevogel-bescherming voor het gebied Laag Holland, om opheldering.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen:
Hoe gaat het met de vogelstand in Laag Holland?
“Het gaat niet slecht, maar het kan beter. Ondanks maatregelen die worden genomen om het vogels zo goed mogelijk naar de zin te maken, is er sprake van terugval. Laag Holland is van oorsprong hét broedgebied bij uitstek in Europa. Nergens anders zie je in het voorjaar zoveel soorten vogels bij elkaar en in zulke grote hoeveelheden. Dat is echt uniek. Toch hebben sommige soorten onlangs besloten elders te broeden. Maar gelukkig is er bij andere soorten juist weer groei zichtbaar. Op die manier houden we dus wel een soort evenwicht.

Welke vogels zien we minder en waarom?

“Kemphaantjes, veldleeuweriken en watersnippen beginnen echt zeldzaam te worden hier. Die hebben zich teruggetrokken in Siberië en Noordoost-Europa Dat heeft onder meer te maken met de landbouw: om goed te kunnen boeren wordt het waterpeil laag gehouden en meer (kunst) mest op de velden uitgestort. Maar ook het oprukken van steden hebben dit soort gevoelige vogels weggejaagd. Ze strijken soms nog wel even neer op doorreis van Afrika naar het Noordoosten. Dus als je geluk hebt kun je ze in het vroege voorjaar nog bewonderen. Met name het kemphaanmannetje is dan een lust voor het oog met zijn prachtige verenkleed en dikke kraag.”

Krijgen we daarvoor iets anders in de plaats?

“De brandgans blijft inmiddels het hele jaar hier. Voorheen broedde hij ook in Noordwest-Rusland, maar doordat hier goed te eten is, heeft hij het wel naar zijn zin. Net als de grote zilverreiger, een prachtige moerasvogel die vanuit het zuiden steeds meer deze kant op komt. En dan hebben we nog exotische aanwinsten als de halsbandparkiet uit Suriname en de nijlgans uit Egypte. Die zijn hier door mensen naartoe gebracht. En vanwege de zachte winters kunnen ze het uitstekend uithouden.”
Om de vogels te behouden doen veel boeren aan agrarisch natuurbeheer.
Wat houdt dat precies in?
“In sommige weilanden wordt het maaien aangepast aan de broed- en kuikentijd. Wil een boer daar niet op wachten, dan markeren vrijwilligers de nesten in het veld zodat de boeren daar vervolgens omheen kunnen werken. Ook worden sommige velden kunstmatig plasdras gehouden.”
Plasdras?
“In een nat weiland is de waterstand hoog waardoor wormen, larven, torren en emelten (larven van de langpootmug. red.) direct onder de graszoden zitten en daardoor makkelijk te pakken zijn voor de vogels. Een andere reden is dat water een natuurlijke bescherming biedt tegen vijanden als vossen en marterachtigen. Daarom zie je steltlopers vaak staand op één poot in het water slapen.”
Al die maatregelen voor het behoud van de vogels,
zijn de boeren daar wel zo blij mee?
“In principe niet, want ze kunnen niet de maximale productie van hun grond halen. Maar er zijn in dit gebied veel boeren die iets met ‘hun’ weidevogels op hebben. Voor hen heeft Europa een subsidieregeling. Het veenweidegebied van Laag Holland vervult internationaal een kernfunctie. Vandaar dat Europa in Nederland veel onderneemt. Zo zijn er naast de subsidies ook diverse Natura 2000-gebieden gerealiseerd waar vogels tijdens het broedseizoen ongestoord kunnen leven.”

Hm, die kunnen we dan dus niet zien?

“Toch wel. Het beste kun je met een bootje door Waterland, het Ilperveld of het Wormer- en Jisperveld varen. Vanaf het water stoor je de vogels het minst en heb je vaak het beste zicht. Wel een verrekijker meenemen!”


Vogelspotplek Warder

 Aan de klemweg in Warder kun je naar hartenlust vogels bestuderen. Het voorjaar is de beste periode om vogels te spotten. In Zeevang en sommige delen in Waterland vind je diverse soorten weidevogels opeengepakt, klaar om te broeden: grutto, kievit, scholekster, krakeend, tureluur, gele kwikstaartje, graspieper, maar ook slobeenden en goedplevieren voelen zich hier thuis. Als je geluk hebt kun je zelfs een lepelaar of roerdomp tegenkomen. Geniet in alle rust van een schitterend uitzicht.


Dit verhaal kwam tot stand op uitnodiging van Bureau Toerisme Laag Holland.