Het huidige Gelderland was een belangrijk gedeelte van Nederland ten tijde van de Middeleeuwen. De provincie bestond toen uit het graafschap Gelre dat in de 14e eeuw tot hertogdom werd uitgeroepen. Sporen van dit bloeiende verleden vind je nog terug in het Achterhoekse landschap in de vorm van kastelen, vestingsteden en eeuwenoude dorpen. Het grootste gedeelte van de bevolking merkte maar weinig van deze bloeiperiode. Hun dagelijks leven was erg armoedig.

Zelfgemaakte kleding

Het woord ‘mode’ kwam niet voor in het woordenboek van middeleeuwse boeren en de arme stadsbevolking. Het uiterlijk van de kleding deed er niet toe, zolang je er maar goed in kon werken. Mannen droegen vaak een hemd of een tuniek tot de knieën met een maillot eronder of beenkappen. Over hun hoofd en schouders droegen ze een soort capuchon als bescherming tegen de kou. Vrouwen droegen ongeveer dezelfde kleding, maar hun tuniek was langer. De mensen sponnen of weefden hun kleding vaak zelf en ze droegen hun kleding totdat het volledig versleten was. 

Eén keer per jaar in bad

Mensen wasten zich in de Middeleeuwen zo min mogelijk. Ze dachten toen namelijk dat het natuurlijke beschermlaagje van je huid zou verdwijnen als je te vaak in bad ging. Alleen hun gezicht, oren, handen en voeten wasten ze zo nu en dan. Kleding werd ook maar ongeveer twee keer per jaar door een sopje gehaald. Je kunt je wel voorstellen hoe erg iedereen stonk in die tijd. In deze tijd had men ook geen toiletten. Mensen deden hun behoefte in de natuur, op straat of op mesthopen. Dat maakte de geur op straat er natuurlijk niet beter op. 

Iedere dag soep eten

De gewone bevolking leefde in de Middeleeuwen constant op het randje van ondervoeding. Hun maaltijden bestonden meestal uit dikke soepen, waar ze alle ingrediënten in verwerkten die ze maar konden krijgen: bonen, knollen, wortels en af en toe een stukje vlees als ze geluk hadden. Verder aten de mensen veel eieren in de Middeleeuwen. Men at maar twee keer per dag, maar dan wel een grote portie per keer. Voor de rijke bevolking bestonden maaltijden meestal vooral uit vlees. Voedsel werd gepekeld, gedroogd of gerookt om het langer te kunnen bewaren. 

Bier bij alle maaltijden

Veel afval werd in de middeleeuwen in de grachten gegooid. Dat zorgde ervoor dat het drinkwater in middeleeuwse steden sterk vervuild raakte. Het is dus niet vreemd dat mensen in die tijd liever bier dronken in plaats van water. Bij het brouwen van bier werd het water verwarmd, waardoor veel schadelijke bacteriën in het water dood gingen. In de middeleeuwen was bier dus de veiligste optie qua drinken. Zelfs kinderen dronken bier in die tijd.

Boodschappen doen op de markt

In middeleeuwse steden werd er zo’n twee tot drie keer een markt gehouden. Dit was de plek waar de hele stad samenkwam. Ambachtslieden verkochten en ruilden er hun handelswaar, stedelingen deden er boodschappen en de boeren kwamen er spullen kopen die zij op het platteland niet konden krijgen zoals bier en kaarsen.   



Gerelateerde artikelen

Het leven gaat door tijdens de oorlog

Het leven gaat door tijdens de oorlog

De Tweede Wereldoorlog heeft haar sporen achtergelaten in de Achterhoek, net als in de rest van Europa.

Eigen fabricaat uit de Achterhoek

Eigen fabricaat uit de Achterhoek

Het alledaagse leven van bewoners van de Achterhoek veranderde sterk in de 19e eeuw. Ben je al benieuwd geworden wat er allemaal voor producten werden gemaakt in de Achterhoek?

Dit verhaal kwam tot stand op uitnodiging van Stichting Achterhoek Toerisme.