De Gelderse Achterhoek en het Overijsselse Twente worden soms met elkaar verward, en dat is niet zo verwonderlijk. Ze delen met elkaar een Saksische oorsprong, hebben een overeenkomstige streektaal, kennen allebei een sterke traditie van ‘noaberschap’ en hebben vergelijkbare tradities, zoals het midwinterhoornblazen en het ontsteken van paasvuren. Ook landschappelijk zijn er veel overeenkomsten. Bestuurlijk hebben deze gebieden echter nooit bij elkaar gehoord. Overijssel behoorde in de middeleeuwen bij het bisdom Utrecht oftewel het Sticht, en werd daarom Oversticht genoemd. Aan de Gelderse kant van deze grens lag vroeger de Graafschap Zutphen. De grenzen van dit graafschap vallen ongeveer samen met die van de huidige Achterhoek.

Alinea 1

Van de Graafschap naar de Achterhoek

In het begin van de twaalfde eeuw, toen de erfdochter van Zutphen trouwde met de graaf van Gelre, werd de Graafschap onderdeel van Gelderland. Maar binnen de Graafschap lagen wel weer een aantal onafhankelijke gebieden, zoals de heerlijkheid Borculo in het noordoosten, die pas in 1616 definitief bij Gelderland kwam. De huidige benaming Achterhoek kwam pas in de negentiende eeuw op, eerst vooral als negatieve aanduiding – ver weg van de Randstad – maar op den duur omarmd als een soort geuzennaam.

Tekst: Erfgoed Gelderland
Fotografie: Wossink CC BY-SA 4.0 en Claes Janszoon Visscher II, PD

 

Dit verhaal kwam tot stand op uitnodiging van Erfgoed Gelderland.