Het oosten van Zuid-Limburg wordt ook wel de Oostelijke Mijnstreek genoemd. Deze naam verwijst naar de steenkoolwinning in de mijnen die op grote schaal plaatsvond rond de jaren ’50 in deze regio. Het ‘zwarte goud’ hield dit deel van Zuid-Limburg in zijn greep en bijna iedereen werkte destijds in de mijnen. Deze steenkolengekte duurde totdat de laatste mijn in de Oostelijke Mijnstreek werd gesloten in 1974. Nu vind je hier en daar nog enkele sporen van het mijnverleden in het Limburgse landschap.

Tekst

Steeds meer vraag naar steenkolen

Vanaf de industriële revolutie werd er steeds meer steenkool gebruikt in Europa, waardoor de vraag naar het zwarte goud toenam. Vanaf het begin van de 20e eeuw werd de ene na de andere mijn geopend in Europa om te voldoen aan die vraag. In Zuid-Limburg werd er al steenkool gewonnen in de middeleeuwen door de monniken van de abdij van Rolduc, maar pas in 1899 werd de eerste mijn in Heerlen geopend waar op grote schaal steenkool kon worden gewonnen. Dat was het startschot voor de opening van verschillende mijnen in deze regio, zowel particuliere mijnen als staatsmijnen. Het huidige Parkstad en de regio Sittard-Geleen bloeiden op tot welvarende gebieden vol werkgelegenheid. Ook ontstonden er mijnwerkerskoloniën om alle arbeiders uit de mijnen en hun gezinnen te huisvesten. De arbeiders kwamen zowel uit Nederland als uit Polen, Duitsland, Slovenië, Italië en nog veel meer Europese landen. De steden in de Oostelijke Mijnstreek groeiden daardoor uit tot drukbevolkte plekken vol leven.

Verbondenheid onder de mijnwerkers

De inwoners van de Oostelijke Mijnstreek waren trots op hun mijnen, maar de arbeiders hadden het niet gemakkelijk tijdens hun werk als ‘koempel’. Ze werkten zo’n 700 meter diep onder de grond in krappe ruimtes en ze maakten lange dagen. Het werk was niet alleen zwaar, maar soms ook gevaarlijk door ondergrondse instortingen, mijngassen die vrijkwamen en door ongelukken met de explosieven die zij gebruikten tijdens hun werk. De mijnwerkers waren op elkaar aangewezen onder de grond en zo ontstond er een gevoel van gelijkheid en sterke verbondenheid. Na het werk ging het mijnleven bovengronds door bij de sportclub of de harmonie van de mijn. Op die manier kon er een hechte gemeenschap ontstaan in de regio’s rondom de mijnen.

tekst

Het einde van de mijnen

Aan alle bedrijvigheid in de mijnen kwam abrupt een einde aan toen de mijnen één voor één moesten sluiten vanaf het einde van de jaren ’60. Door concurrentie van alternatieve brandstoffen zoals aardolie en aardgas en goedkopere kolen uit het buitenland nam de vraag naar Nederlandse kolen enorm af. De Nederlandse mijnen waren daardoor niet meer rendabel en daarom werden ze opgeschort. Tienduizenden arbeidsplaatsen gingen verloren en veel mijnwerkers kwamen werkloos thuis te zitten. De schok was enorm voor de regio. De mijnen zelf werden zo snel mogelijk afgesloten en de meeste gebouwen van de mijnen werden gesloopt. Alles moest ‘van zwart naar groen’ en daardoor ging er veel historisch erfgoed uit deze tijd verloren. Later kwam er weer meer aandacht voor het mijnverleden van de regio en sindsdien wordt het overgebleven erfgoed beschermd.

Tekst

De laatste sporen van het mijnverleden

Het is soms even zoeken, maar hier en daar vind je toch nog overblijfselen van het mijnverleden in Parkstad en in Sittard-Geleen. Op de plekken waar vroeger de mijnen lagen vind je bijvoorbeeld af en toe nog een schachtwiel waarmee liften vol mijnwerkers vroeger de mijn in werd getakeld en weer omhoog werd gehaald. Ook zijn verschillende mijnkoloniën bewaard gebleven en in Heerlen kun je een bezoekje brengen aan het Nederlands Mijnmuseum in het schachtgebouw van een voormalige steenkolenmijn. Wil je zelf op zoek naar het zwarte goud? Volg dan een rondleiding door de laatste steenkolenmijn in Nederland. Je vindt deze mijn in Valkenburg. Maak een fietstocht of een wandeling door het Limburgse landschap en dompel je onder in het mijnverleden aan de hand van bezienswaardigheden die je onderweg tegenkomt. Zo kun je een beetje proeven van de sfeer van toen.

Routetip
Fietsroute 556308 - Mijnroute langs de oorsprong van de steenkoolwinning
27,44 km

Fietsroute 556308 | Limburg |Kerkrade | 27,44 km

Stap op je fiets en maak een tochtje door het mijnverleden van de Westelijke Mijnstreek in Zuid-Limburg met deze route. Onderweg word je meegenomen langs de mooiste plekjes die herinneren aan het roemruchte Limburgse mijnverleden. Op verschillende plekken vind je ‘tijdvensters’ met een impressie van hoe het er vroeger uitzag op die historische locaties.

Beklim de Wilhelminaberg
Het startpunt van deze route ligt aan de rand van Kerkrade. Vanuit hier fiets je door Kerkrade heen richting Landgraaf en Eygelshoven. De eerste bezienswaardigheid waar je langskomt is de Schacht Nulland Kerkrade. Deze luchtschacht maakte vroeger deel uit van de Domaniale Mijn, de oudste steenkolenmijn van Nederland en nu vind je er een museum. Even verderop fiets je langs de Botanische tuin Kerkrade, de Wilhelminaberg Landgraaf en de Watertoren van Rimburg. De Wilhelminaberg is ontstaan uit de steenberg van Staatsmijn Wilhelmina. Zet je fiets even aan de kant en beklim de trappen naar de top van de berg om te genieten van een prachtig uitzicht.

Abdij Rolduc
Vervolgens fiets je via Eygelshoven naar de grens met Duitsland. Je eindigt je tochtje uiteindelijk weer aan de rand van Kerkrade bij Adbij Rolduc. Hier kun je terecht voor een kopje koffie, een lunch of een diner en je kunt er ook overnachten.

Kasteel Strijthagen
Tussen Kerkrade en Landgraaf fiets je door de bossen van natuurgebied Strijthagen. Midden in dit gebied vind je het Kasteel Strijthagen. Het oorspronkelijke kasteel op deze plek stamde uit de 13e eeuw, maar in de 18e eeuw werd dat bouwwerk vervangen door het huidige kasteel. Door de eeuwen heen heeft het kasteel last gehad van mijnschade, waardoor het meerdere keren gerestaureerd moest worden.

Leestip!
Meer weten over het mijnverleden in Zuid-Limburg voordat je deze route zelf gaat verkennen? Lees dan dit artikel.