Als je aan de Bollenstreek denkt, dan denk je waarschijnlijk meteen aan tulpen. In het voorjaar vind je hier het ene na het andere uitgestrekte veld vol tulpen in allerlei verschillende kleuren. Toeristen uit de hele wereld komen naar Nederland om dit zogenaamd oer-Hollandse tafereel te bewonderen, maar zo Hollands is de tulp eigenlijk helemaal niet. Toch is deze bloem door de eeuwen heen uitgegroeid tot hét symbool van Nederland dat goed past tussen andere typisch Hollandse dingen zoals molens, kaas en klompen.

Tulpen en tulbanden

Aan het einde van de middeleeuwen kwam de tulp alleen nog maar voor in Turkije. De koopmannen die de bloemen daar verhandelden droegen tulbanden en daar komt de naam van de tulp vandaan. De Latijnse naam van tulp betekent namelijk letterlijk ‘de bloem die lijkt op een tulband’. Ook staken rijke sultans vaak een tulp in hun tulband als versiering voor hun outfit. De bloemen waren destijds een statussymbool voor mensen met veel geld. Rond het jaar 1550 stonden de paleistuinen van de rijke sultan Soeleiman vol met prachtige tulpen in felle kleuren.

Bloembollendieven

Af en toe gaf de Sultan een paar tulpenbollen cadeau aan zijn beroemde gasten, waaronder de edelman Busbecq uit Vlaanderen. Deze edelman gaf de bollen aan Carolus Clusius, een vriend die de kruidentuin van de keizer van Oostenrijk onderhield. Een tijd later vertrok Clusius naar Nederland, omdat hij was aangesteld als professor op de Universiteit van Leiden. Hij nam de bloembollen met zich mee om deze te planten in de kruidentuin van de universiteit. Op een nacht werden de mooiste tulpenbollen uit zijn tuin gestolen en zo kwam de Nederlandse bollenhandel op gang.


Tulpengekte

Er was direct veel vraag naar tulpenbollen en de prijzen van de bollen schoten omhoog. Veel mensen dachten veel geld te kunnen verdienen met de bloembollenhandel en ze gaven soms al hun bezittingen op in ruil voor een papiertje waarop stond dat een bloembol die ergens in de grond stond van hen was. In deze papiertjes werd vervolgens volop gehandeld. Voor één bol betaalde je destijds algauw 4000 gulden, omgerekend ruim 2000 euro. Deze handel in papiertjes duurde ongeveer van 1634 tot 1637, de zogenaamde tijd van de ‘tulpenmanie’. In 1637  stortte de markt plotseling in toen de regering een einde maakte aan de riskante handelsactiviteiten en de prijzen van de bloembollen kelderden enorm. Veel handelaren bleven achter met grote verliezen.

Van statussymbool naar alledaags bosje bloemen

Ook na de tulpenmanie bleven tulpenbollen en de bloemen populair in Nederland en in de rest van de wereld. De prijzen waren na 1637 een stuk lager dan voorheen, maar toch was de tulp nog steeds niet betaalbaar voor iedereen. Zo’n honderd jaar geleden werd de tulp pas écht betaalbaar voor Jan en alleman en sindsdien vind je tulpen overal in Nederland terug. De tulp is nog steeds de belangrijkste bloem van Nederland en er zijn al meer dan 150 verschillende soorten gekweekt. 


Tip: proef eens een glaasje tulpenwodka


Je wist misschien wel dat je tulpenbollen prima kunt eten in geval van nood, maar deze bloembollen lenen zich ook goed als basis voor het stoken van wodka. De stokers Marcel Vosse en Wouter Vos maken sinds 2016 gebruik van biologisch geteelde bollen uit de Noordoostpolder om Veld Tulpenwodka te maken. Maak eens kennis met tulpen op een andere manier dan je gewend bent en proef deze zachte wodka met florale aroma's.


Wil je meer weten over Tulpenwodka?


Tekst: Linda Milder

Dit verhaal kwam tot stand op uitnodiging van Bollenstreek.