zondag 3 april 2016
Brugge, West-Vlaanderen, België

  • 100e editie
  • Vlaanderen wielerland
Vlaanderens mooiste blaast dit jaar 100 kaarsjes uit: 100 jaar bloed, zweet en tranen, helden en pechvogels, bittere strijd en pensenkermis. Goed voor een adembenemend verhaal, waarvan de eerste woorden alvast onsterfelijk zijn.

"Heeren, vertrekt!" Zo sprak Karel Van Wijnendaele het startsignaal uit voor de allereerste Ronde Van Vlaanderen. We schrijven 25 mei 1913. De rest is geschiedenis.
De Droom van Karel
Als klein jongetje droomde hij ervan om ooit zelf aan de startlijn te staan. Maar zijn schrijftalent bleek groter dan zijn koerstalent. Daarom werd Karel Steyaert, alias Van Wijnendaele, sportjournalist. Met succes! Jan met de pet was gek op zijn bloemrijke stukken over heldhaftige sportmannen. In 1912 richtte Karl mee de krant Sportwereld op en ging hij op zoek naar een nieuwe koers om die krant te promoten. Hij tekende een parcours uit door ‘de beide Vlaanders’ van Gent langs Sint-Niklaas, Aalst, Oudenaarde, Kortrijk, Veurne, Oostende, Torhout, Roeselare en Brugge terug naar Gent: de Ronde Vlaanderen was geboren.

Maar het zou niet van een leien dakje lopen. De eerstkomende decennia zou de wedstrijd internationaal amper iets te betekenen hebben. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zou ze zelfs even helemaal verdwijnen. Maar koppige Karel zou voet bij stuk houden en de Ronde laten uitgroeien tot het monument van vandaag.

Flandriens

Officieus startte de allereerste Ronde van Vlaanderen in 1913 op de ‘Koornmarkt’ in Gent, officieel begon de wielerwedstrijd in Mariakerke. Klinkt ingewikkeld? De officieuze start was voor de show: voor het publiek en de fotografen. De officiële start was die wanneer de tijd begon te lopen. Het verschil tussen officieuze en officiële start bestaat ook vandaag nog. Na 324 intense kilometers bereikten de wielrenners opnieuw in Mariakerke de eindmeet, op de wielerbaan. Logisch, want pisterennen was toen immens populair. De eerste Vlaamse Ronderenners maakten al furore in de ‘vélodromes’ van Brussel, Parijs, Chicago en New York. Maar een opperbeste reputatie hadden ze niet. De ‘Flandriens’ zoals ze in de buitenlandse pers genoemd werden, reden als ‘halve wilden’ en ‘lomperiken’. Maar die rechttoe-rechtaanstijl kwam hen nu wel van pas.

Komende evenementen